|
De Koningin
Het Kabinet der Koningin ondersteunt de Koningin bij de uitoefening van haar staatsrechtelijke taken. Deze liggen vast in de Grondwet, in de wetten en in het ongeschreven staatsrecht. De Koningin vormt met de ministers de regering (Grondwet art. 42-1), maar zij is geen lid van de ministerraad. In art. 42-2 van de Grondwet staat dat de Koning(in) onschendbaar is en de ministers verantwoordelijk zijn. Dit houdt in dat voor het handelen en nalaten van de Koningin de ministeriële verantwoordelijkheid geldt.
De Koningin ontvangt staatshoofden die een bezoek aan Nederland brengen. Buitenlandse ambassadeurs bieden hun geloofsbrieven aan de Koningin aan en worden ook bij hun vertrek gewoonlijk door haar ontvangen. Het Kabinet der Koningin bereidt deze ontmoetingen voor. De Koningin legt zelf regelmatig staatsbezoeken af. De directeur van het Kabinet der Koningin vergezelt haar daarbij.
Wetten en Koninklijke besluiten worden, zoals voorgeschreven in artikel 47 van de Grondwet, altijd zowel door de Koningin als door één of meer ministers of staatssecretarissen ondertekend. Zo verleent zij er als staatshoofd haar gezag aan; de ministers dragen de staatsrechtelijke verantwoordelijkheid. Deze staatsstukken worden via het Kabinet der Koningin aan haar voorgelegd.
Ook bij de kabinetsformaties speelt de Koningin een rol. Na verkiezingen of een kabinetscrisis ontvangt zij de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State en de fractievoorzitters van de politieke partijen in de Tweede Kamer. Na ontvangst van hun advies verzoekt de Koningin één of meer informateurs een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden tot de vorming van een kabinet. Slagen de informateurs dan verstrekt zij in overeenstemming met hun advies één of meer formateurs de opdracht een kabinet te vormen. Het Kabinet der Koningin zorgt, via de Rijksvoorlichtingsdienst, voor de bekendmaking van informatie- en formatieopdrachten. De na een formatie aangetreden (nieuwe) minister-president draagt tegenover de Staten-Generaal de politieke verantwoordelijkheid voor het verloop van de (in)formatie(s).
Op Prinsjesdag (de derde dinsdag van september) spreekt de Koningin de leden van de verenigde vergadering der Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer) toe. In de Troonrede, zoals de toespraak wordt genoemd, wordt een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid voor het komende jaar gegeven (Grondwet art. 65). De Troonrede wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de minister-president.
|


